Veilig werken

De glazenwasser en de gevelbehandelaar hebben verschillende methoden tot hun beschikking om het werk goed en veilig uit te voeren. Niet alle werkmethoden zijn even veilig. Bij enkele werkmethoden zijn valgevaar en overmatige fysieke belasting groter. Ieder gebouw heeft kenmerkende eigenschappen die bepalend zijn voor de manier van glazenwassen of behandelen van de gevel. Denk bijvoorbeeld aan de hoogte van het gebouw en de vorm van gevel en dak. Het is daarom belangrijk om per gebouw de juiste, veilige methode te bepalen.

In de praktijk blijkt dat sommige gebouwen niet veilig te onderhouden zijn. Dit komt doordat er geen voorzieningen aan het gebouw zijn aangebracht voor bijvoorbeeld een gondelinstallatie of een glazenwassersbalkon en doordat de overige werkmethoden niet binnen de veiligheidsvoorschriften vallen. Het gevolg is dat het gebouw vervuilt of op een onveilige wijze bewassen wordt, of dat bouwkundige aanpassingen aan het gebouw noodzakelijk worden.

Veilig werken op hoogte en veiligheidsvoorschriften voor Glas- en gevelreiniging
Werken op hoogte vormt één van de grootste risico’s binnen de glazenwassers- en gevelreinigersbranche. Het is van het grootste belang dat dit op een veilige manier gebeurt. Omdat een glazenwasser/gevelbehandelaar op ieder werk met andere gebouwsituaties en gevaren wordt geconfronteerd, kan niet volstaan worden met een bedrijfs-RI&E. De werkgever zal per gebouw de werkmethode(n) en veiligheidsmaatregelen moeten bepalen. Dit kan met de RI&E Glas- en gevelreiniging. In de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie module Glas- en Gevelreiniging wordt de stand der techniek weergegeven, die geldt als de invulling van het wettelijk vereiste minimale niveau. Dit minimale niveau wordt door de Arbeidsinspectie gehanteerd bij het toezicht/de inspectie op naleving van de wetgeving en bij de handhaving daarvan.
De RI&E maakt onderdeel uit van de arbocatalogus voor de schoonmaak- en glazenwassersbranche.
Meer informatie over veilig werken op hoogte? Klik hier

Bouwbesluit 2012
Op 1 juli 2012 is artikel 6.12 van het Bouwbesluit 2012 in werking treden. Dit artikel bevat voorschriften over veilig onderhoud op en aan gebouwen. Met de Checklist veilig onderhoud op en aan gebouwen 2012 wordt aannemelijk gemaakt of de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen voldoet aan het gestelde in afdeling 6.12 van het Bouwbesluit 2012. De Checklist is per 1 juli 2012 ook in de Regeling omgevingsrecht (Mor) artikel 2.2 opgenomen als indieningsvereiste voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen.

Vanaf 2012 heeft veilig onderhouden van gebouwen dus een plaats gekregen in het nieuwe Bouwbesluit nu afgesproken is dat een nieuw gebouw voortaan veilig onderhouden moet zijn. Bij het ontwerp moet hier al rekening mee worden gehouden. Daarmee wordt voorkomen dat er onveilige situaties ontstaan op het moment dat mensen aan een gebouw aan het werk zijn.
Het onderhoud van gebouwen is geregeld in het toetsingskader ‘Veilig onderhoud op en aan gebouwen’ (onderdeel van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen). Bij de aanvraag voor een bouwvergunning nieuwbouw moet dit toetsingskader worden ingevuld. Om partijen in de keten goed te informeren heeft TU Delft, in opdracht van het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) een handleiding ontwikkeld. Beide documenten zijn hieronder te downloaden.  

Toetsingskader
Handleiding TU Delft
Vraag en antwoord over aanpassing bouwwetgeving

Commissie Veiligheid Gevelonderhoudsinstallaties (CVG)
De CVG is een overlegorgaan van keuringsinstanties, adviseurs, leveranciers en OSB. Periodiek worden knelpunten in de bestaande regelgeving besproken tijdens vergaderingen van de CVG. De commissie vormt zich vervolgens een gemeenschappelijk oordeel over zo’n knelpunt en spreekt een eenduidige interpretatie af. De reeds gemaakte besluiten door de CVG zijn na te lezen op de website: www.commissiecvg.nl.