Staatssecretaris Bussemaker informeert de Tweede Kamer regelmatig over de ontwikkelingen binnen de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Een deel van de ontwikkelingen zijn van belang voor bedrijven die dienstverlening aanbieden op HH1 en HH2 (Hulp bij het huishouden). Een belangrijke ontwikkeling is de wetswijziging die eind november 2008 is ingediend voor parlementaire behandeling.
De wetswijziging bevat drie kernelementen: • Zorgaanbieders kunnen de huishoudelijke hulp in natura niet meer via een alfahulp aan cliënten leveren. Mensen die wel een alfahulp willen kunnen kiezen voor een ‘voorziening anders dan in natura’. • De wetswijziging verhindert dat medewerkers van thuiszorginstellingen gedwongen worden om over te stappen naar een alfahulpconstructie – en er zo op achteruitgaan in arbeidsvoorwaarden. • Een nieuwe bepaling regelt dat nieuw gegunde thuiszorgaanbieders met de oude – niet gegunde – aanbieders van hulp bij het huishouden overleg voeren over mogelijke overname van personeel. (behoud personeel voor thuiszorg)
In de tussenrapportage WMO (december 2008) heeft staatssecretaris Bussemaker aandacht voor het Kwaliteitskader hulp bij het huishouden. Belangrijke elementen hierbij zijn klantgerichtheid; communicatie en betrouwbaarheid; deskundigheid en effectiviteit. Deze elementen staan uitgewerkt in deel II van het ‘Kwaliteitsdocument voor verantwoorde hulp bij het huishouden’. In dezelfde tussenrapportage wordt aandacht geschonken aan het onderzoek ‘Transparantie in de kostenstructuur van hulp bij het huishouden’. Het onderzoek geeft de bandbreedtes aan van de kostprijs van een uur hulp bij het huishouden. Deze bandbreedte loopt van €18,74 tot €26,11. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen HH1 en HH2. Hierbij wordt 50% van alle HH door alfahulpen geleverd. Na wetswijziging is dit niet meer mogelijk.