Vonnis Hoge Raad: einde aan slapende dienstverbanden! Wat nu?

Achtergrond 3 december 2019

Vonnis Hoge Raad: einde aan slapende dienstverbanden! Wat nu?

Met het vonnis van de Hoge Raad op 8 november 2019 komt een einde aan de zogenaamde slapende dienstverbanden. Dit zijn langdurig zieke werknemers die door werkgevers na twee jaar loondoorbetaling in dienst zijn gehouden om te voorkomen dat transitievergoeding moest worden betaald. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat deze ‘constructie’ om de transitievergoeding te omzeilen, niet past bij ‘goed werkgeverschap’ en daarom niet meer is toegestaan. Daarbij speelt mee dat vanaf april 2020 de compensatieregeling in werking treedt. Deze regeling wordt uitgevoerd door het UWV en voorziet in een, al dan niet gehele, compensatie van door de werkgevers uitbetaalde transitievergoeding bij ontslag na 2 jaar loondoorbetaling van langdurig arbeidsongeschikte werknemers. Daarom oordeelt de Hoge Raad dat als langdurige zieke werknemers om ontslag vragen nadat de werkgever 2 jaar loon heeft doorbetaald, de werkgever dat ontslag ook moet verlenen en de daarbij behorende transitievergoeding dient te betalen.

Experts

Wat nu?
Waar moet je rekening mee houden, wat zijn de randvoorwaarden op basis van de uitspraak van de Hoge Raad, hoe hoog is de transitievergoeding en wat wordt eigenlijk gecompenseerd? Hierna gaan we in op deze vraagpunten.

Werknemer moet voorstel doen tot beëindiging dienstverband
De Hoge Raad bevestigt dat het aan de werknemer is om een voorstel te doen tot beëindiging van het dienstverband. De werkgever neemt vervolgens formeel het initiatief (vso op of een andere manier) tot beëindiging van het dienstverband om het wettelijk recht op de transitievergoeding veilig te stellen. Dat hoeft natuurlijk niet als er nog een (gerechtvaardigd) belang bestaat om de arbeidsovereenkomst in stand te houden bijvoorbeeld omdat er gewoonweg nog re-integratiemogelijkheden zijn.

Werknemer heeft recht op een vergoeding
Werkgever is niet alleen verplicht om in te stemmen met het beëindigingsvoorstel van de werknemer, maar moet ook een transitievergoeding toekennen aan de werknemer. De hoogte van die vergoeding is gelijk aan de transitievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de dag na die waarop de werkgever wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer de arbeidsovereenkomst zou kunnen (doen) beëindigen. Dat betekent dat de eerste dag na de periode 2 jaar loondoorbetaling bepalend is voor de hoogte van de transitievergoeding.

Berekenen van de transitievergoeding
De hoogte van de transitievergoeding wordt bepaald door de lengte van het dienstverband. Let op dat de berekening en daarmee de hoogte van de transitievergoeding wijzigt per 1-1-2020 met invoering van de WAB. Bij beëindiging in 2019 geldt voor de berekening van de transitievergoeding als hoofdregel: 1/6 maandsalaris per elk half dienstjaar in de eerste 10 jaar van de arbeidsovereenkomst; en 1/4 maandsalaris per half dienstjaar dat het dienstverband langer dan 10 jaar heeft geduurd. Voor 50-plussers (èn minstens 10 jaar in dienst èn werkgever met minimaal 25 werknemers in dienst) geldt in 2019 nog een afwijkende regeling met (extra) recht op een op 1/2 maandsalaris per elk half dienstjaar vanaf 50 jaar. Deze regeling 2019 wordt in zijn geheel vervangen, zonder uitzonderingen, en vanaf 2020 wordt (vanaf de eerste werkdag) uitgegaan van een derde maandsalaris voor elk gewerkt jaar.

Compensatie voor werkgever via de Wet compensatieregeling transitievergoeding Juist om een einde te maken aan de slapende dienstverbanden was al eerder besloten om een compensatieregeling voor werkgevers in het leven te roepen. Deze regeling treedt in werking op 1 april 2020 en wordt uitgevoerd door het UWV. Dat betekent dus wel dat je de vergoeding tot dat moment moet voorfinancieren.

Compensatie kan nooit hoger maar wel lager zijn dan transitievergoeding
Let op dat de compensatie onder omstandigheden lager kan zijn dan de transitievergoeding waarop de werknemer recht heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval als het totale loonbedrag dat door de werkgever is doorbetaald tijdens de periode van 2 jaar ziekte, lager is dan de wettelijke transitievergoeding. De compensatie kan nooit hoger zijn dan het loonbedrag dat de werkgever tijdens de loondoorbetalingsverplichting heeft betaald.

Aantonen anciënniteit bij compensatie door UWV
In eerste instantie zal een arbeidsovereenkomst dan wel een loonstrook aangeleverd moeten worden met een datum in dienst. Als dat niet voorhanden is dan kan een loonstrook met anciënniteitsdatum/branchedatum ook voldoende zijn, eventueel aangevuld met bijvoorbeeld arbeidsovereenkomst die de werkgever in zijn bezit heeft van vorige werkgevers van de werknemer. Het is sowieso goed om alle informatie aan te leveren die men hieromtrent heeft. In het kader van de genoemde compensatieregeling heeft het UWV aangegeven dat zij in het uiterste geval de branchedatum op de loonstrook beschouwen als de anciënniteitsdatum.

Opzegtermijn?
De opzegtermijn hoeft in het kader van de compensatieregeling niet in acht te worden genomen; het UWV hanteert de einde wachttijd datum als einddatum.

Hoogte transitievergoeding
Op basis van de uitspraak van de Hoge Raad heeft de werknemer recht op de transitievergoeding per einde wachttijd. Bij veel slapende dienstverbanden geldt daarom dat de werkgever de werknemer volgens de oude regeling de transitievergoeding moet berekenen. Ook als de arbeidsovereenkomst pas in 2020 eindigt. Dat betekent dus de hogere vergoeding voor de oudere werknemers met langere dienstverbanden.

Wat compenseert het UWV?
Het UWV kijkt naar de lengte van het dienstverband, het laatstgenoten loon (dit is het loon dat de werknemer na einde wachttijd verdiend zou hebben als hij niet ziek zou zijn geworden) en of het moment waarop overeenstemming is bereikt over het beëindigen van de arbeidsovereenkomst gelegen is in 2019 of 2020. Het bereiken van de overeenstemming blijkt uit een door werkgever en werknemer ondertekende vaststellingsovereenkomst. Is die overeenstemming bereikt in 2019 dan compenseert het UWV de transitievergoeding volgens de rekenregels die van toepassing zijn in 2019. Is de overeenstemming bereikt in 2020 dan compenseert het UWV op basis van de nieuwe rekenregels. Dat kan betekenen dat een werkgever op basis van de oude regels de transitievergoeding moet betalen. Maar omdat de overeenstemming pas in 2020 is bereikt, berekent het UWV de compensatie op basis van de nieuwe rekenregels. De werkgever krijgt dan een deel van de transitievergoeding niet gecompenseerd. Voor die gevallen loont te proberen de arbeidsovereenkomsten vóór 1-1-2020 te beëindigen.

Als een werknemer in 2019 naar de rechter is gestapt voor het krijgen van transitievergoeding en de arbeidsovereenkomst eindigt in 2020 dan heeft de werknemer recht op een vergoeding volgens de oude rekenregels, maar ook de werkgever heeft dan recht op de compensatie die gebaseerd is op de oude rekenregels.

Tot slot: als transitievergoeding wordt betaald over de periode dat het dienstverband slapende is geweest, wordt die in ieder geval niet vergoed door het UWV.

Eindafrekening

Mogelijk heeft de werknemer nog recht op vakantiegeld en/of vakantiedagen. Deze moeten bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst (nog) afgerekend worden.

Gerelateerd